woensdag, augustus 06, 2008

Tegengestelde richting

Sporen in Puglia (1)

Mijn wekker loopt om kwart over zes af. Mijn inwendige wekker, want ik heb vakantie en volg het ritme dat m'n lichaam aangeeft. M'n eigen ritme volgen, het is een vrijheid die ik als een van de grootste voordelen zie van een vakantie. Kwart over zes is vroeg, een nawee is van het "gewone" doordeweekse ritme waarbij het klokje op mijn nachtkastje om zes uur opgewonden begint te piepen. Ik weet dat ik na verloop van enkele dagen rond dit tijdstip de binnenkant van mijn oogleden nog zal liggen te bestuderen, maar als ik daarna uitgerust naast mijn bed sta zal het niet later zijn dan zeven uur. En dat blijft zo. Carpe diem, pluk de dag.

Er zijn mensen die al naast hun bed staan voordat ze hun ogen open hebben. Bij mij duurt het altijd even. Langzaam wijken de wolken waarin m'n slaap gehuld is, of soms nog moeizamer is het alsof ik een keldertrap beklim. Aan het eind de morgen, die ik kalm begroet. Boven me het wonderlijke dak van de trullo. De honden merken waarschijnlijk aan mijn ademhaling dat ik wakker ben, want een natte neus port in m'n rug. Rechts van me kijkt Oronzo me opgewekt aan, zijn voorpoten op de rand van het bed. Achter hem staat Cicia, veel ouder al, luid geeuwend en nog wat slaapdronken op de poten, maar ook zij klaar om de dag te beginnen. Links van me, Lief. Ze slaapt nog, en haar rustige ademhaling is één met de geluiden van de morgen die vanachter de vensterluiken het halfdonker van de slaapkamer binnendringen. Ik glij uit m'n bed en voel de aangename koelte van de tegels onder m'n voeten. Op de voet gevolgd door twee enthousiaste viervoeters strompel ik wat stijfjes naar de buitendeur, die na de twee draaien van de sleutel met een ijzeren klik uit het slot springt. De zware deur zwaait open en Oronzo en Cicia schieten langs m'n benen naar buiten. Ik zet de deur vast aan de haak in de muur, rek me uit. Voor me trekt de achterkant van de nacht naar het westen, een frisheid achterlatend die de bloemen op het terras hun kelkjes uitnodigend doet openen. De bijen en wat vlinders zijn al druk in de weer en doen zich tegoed aan rozerood, leliewit, fuchsiaroze. Hoog daarboven een hemel van blauw. Dit is m'n paradijsje.



Ik open de luiken, behalve die van de slaapkamer. Door het open raam van de badkamer werpt de zon haar eerste lange zacht-oranje stralen naar binnen. Een overrijpe abrikoos ligt onder het boompje vlak bij het raam. Tientallen mieren doen zich tegoed aan het onverwachte vroege ontbijt en nemen de restjes op hun rug mee naar huis. Vogels fluiten en in stilte probeer ik te tellen hoeveel verschillende soorten ik kan onerscheiden. Een bij zoemt voorbij en houdt verbaasd even halt voor het open raam. ,,Wie is die lelijke blote vent daar voor het raam?'' Mopperend verdwijnt ze achter de badhanddoeken, die inmiddels droog aan de waslijn op de kustlijn hangen te wachten.


Ik zet het ontbijt klaar voor straks. Drinkyoghurt, sinaasappelsap, brood, boter, jam, en "boccanotti", een soort cakejes met een amandelvulling en jam. Het is iets typisch uit deze streek, en de beste koop je bij bakkerij "La Spiga d'Oro", vlakbij L'Assunta. Met de cappuccino wacht ik. Nog een half uurtje of een uur. Dan is ook Lief wakker.

Met een glaasje jus en een boek ga ik naar buiten. Ik zet een van de ligstoelen op de hoek van het terras, daar waar 's morgens een briesje de laatste nevelen vantussen de oren blaast en de zon vrij spel heeft. Het schijnt dat dit het ideale tijdstip van de dag is om te schrijven, maar ik heb opzettelijk mijn laptop niet meegenomen. Dus ik denk en krabbel slechts als houvast voor later af en toe een vluchtige regel in een schrift dat nog wel een plaatsje in mijn reistas heeft weten te bemachtigen.
Of ik lees. Want ik heb tijd. Heerlijk. Ik ben deze vakantie met vier boeken van thuis vertrokken. In het Italiaans, wat me over het algemeen wat meer tijd kost maar ook meer voldoening geeft. "Opposta direzione" ("Tegengestelde richting") is er een van. Het is de eerste roman van Stefano Giordano, een leraar uit Trento die ik persoonlijk ken. Een paar maanden geleden ben ik samen met mijn vriend Giorgio naar de presentatie van het boek geweest, en eindelijk kom ik nu dan toch aan toe.



"Opposta direzione" is het verhaal van Lorenzo, die - pas afgestudeerd aan de universiteit van Bologna - in de zomer van '83 door ex-studiegenote Anna wordt uitgenodigd om op vakantie te gaan in Corsica. Lorenzo accepteert, maar heeft eigenlijk overal wel wat op aan te merken. De Corsicanen, de buitenlandse toeristen, het eten, het transport, alles. Zo blijkt Lorenzo te zijn, want terugkijkend op zijn studententijd gaat de litanie onveranderd verder: de bureaucratie, de kwaliteit van de professoren, de feesten. Allemaal één pot nat, met Lorenzo als triest middelpunt. Hij wil overal bijhoren, maar zet zich tegelijkertijd sterk af van alles wat de omgang van een groep begint te krijgen.

Anna's zusje Carla, veel jonger als de andere twee, is de andere reisgenote. Lorenzo voelt wel voor een relatie, maar dat is bij voorbaat een verloren strijd. Carla heeft immers een relatie en het relatieverschil wordt door Lorenzo onoverbrugbaar bevonden. In werkelijkheid loopt hij eenvoudig een blauwtje en zijn zijn gedachten meer bij een eerdere stukgelopen relatie dan bij het hier en het nu.

Op de omslag van "Opposte direzione" werd een verwijzing gemaakt naar de verschillen van twee generaties. De ideologische generatie '68 en de individualistische generatie jaren '80. De hoofdpersoon heeft geen van de twee bewegingen werkelijk van binnenuit meegemaakt, net zomin als de schrijver. Verrassend is dat hier in de roman zelf bijna niet op wordt terug gekomen. Stefano Giordano blijft helaas rondzwemmen in de draaikolk van zelfmedelij die zijn hoofdpersoon Lorenzo voor zichzelf geschapen heeft. Of voor de schrijver, want het schijnt dat het boek redelijk wat autobiografische elementen bevat.

Ik klap mijn boek dicht, heb geen zin om direct een ander te beginnen. Ik houd daar niet van, geef liever het gelezene een beetje tijd om te bezakken, een plaatsje te vinden op een van mijn innerlijke boekenplanken.

Ik sta op en fluit om te weten waar de honden uithangen. Cicia komt meteen de hoek omrennen, maar Oronzo laat langer op zich wachten. Later hoor ik bij buurman Luigi dat Oronzo 's morgens steevast een paar honderd meter van huis te vinden was. Hofmakerij en ondertussen een "vorkje meeprikken" op het erf van ene Pugliëse schoonheid. Een kwartiertje en dan voldaan naar huis. We gaan een blokje om. Onze "trulli" op een heuvel die zo'n 400 meter boven Fasano uitsteekt, en ik hou ervan om 's morgens vroeg naar de rand van ons terrein te lopen vanwaar je over de vlakte tot aan de zee uitkijkt. Direkt aan de voet van de heuvel dus Fasano, met haar beroemde Zoo Safari, een van de grootste dierentuinen van Europa. Maar ik ben geen dierentuinliefhebber, dus ik ben nog nooit in de Zoo Safari geweest. Ik vind het op zich zelfs wel prettig dat we het park niet kunnen zien vanaf hier.
Vanaf Fasano lopen de wegen als witte krijtstrepen over de ongeveer vijf kilometer brede vlakte. Zover het oog rijkt olijfbomen, als een groene zee tot aan de kustlijn. En op de kustlijn Capitolo, in het verlengde van Fasano. Wat meer naar rechts zie ik de vuurtoren van Torre Canne. En nog wat verder naar het zuiden, meer landinwaarts, Ostuni, de witte stad. En over de kustlijn de zee, de echte. Vanaf mijn uitzichtspunt kun je al een beetje bepalen of het de moeite loont om straks naar het strand te gaan. Want als er teveel wind staat zie je heel vaag en klein, maar onmiskenbaar de koppen op het water. En dan kun je net zogoed thuisblijven. Vandaag zie ik ver onder me slechts een spiegel, de zee is "mareolo" zoals Lief en haar zus dat in hun taaltje zeggen.

We draaien ons om en gaan terug, de honden iets voor me, of iets achter me, maar steeds in de buurt. Ze houden van deze rondjes. Door de bosjes, waar elke boom zijn eigen verhaal heeft. Er staan ook wat fruitbomen. Langs de groentetuin van Peppino, de zoon van Nenette, en terug naar de groep huisjes. Nenette hoort hier, maar dit jaar is ze er niet. Ze sukkelt met haar gezondheid en verkiest haar huisje in het hete Fasano boven de kleine "trullo" in Selva. Ook Peppino kan er niet bij. ,,Dan gaat ze de rozenkrans bidden met haar vriendinnen'', zegt hij hoofdschuddend. Ook de luiken van de trullo naast het kleine kerkje zijn hermetisch afgesloten. Hier brengt normaal gesproken zia (tante) Pia de zomer door, met haar dochter Maria-Cristina, maar ook zij zit in de lappenmand. Luigi en Maria zijn de laatsten. Ze wonen hier niet alleen 's zomers maar ook 's winters.Het is niet eenvoudig hier het hele jaar te wonen, want de winters zijn koud en er zijn weinig anderen die niet terugkeren naar het lage Fasano na de zomer. Ook werk is moeilijk te vinden in Puglia. En wie hier ziek wordt weet niet hoe snel hij naar het noorden van Italië moet komen om enige kans op een goede behandeling te krijgen. Dat kost geld, en bovendien worden patiënten uit het zuiden niet altijd met open armen ontvangen in het rijke noorden.En toch...

Als ik terugkom op ons terras komt de geur van verse koffie me tegemoet. Lief is wakker en mijn cappuccino is bijna klaar. Ik haal de badhanddoeken van de waslijn en ga naar binnen.
,,Mare mareolo'', zeg ik. ,,Buongiorno.''

Per Amore


Ciao Tutti,

Van de week had ik een ware Liesbethdag :)
Eerst kwam ik haar tegen in een verhaal van de Nederlandse vereniging in Firenze (waar ik me onlangs aangemeld heb) en ben je/jullie verhalen gaan lezen. Vervolgens vond ik haar/jullie op de Hyves site Nederlanders in Italie.

Na veel zeuren mag ik nu ook meeschrijven, alhoewel ik 20 cent per zin toch wel erg weinig vind.

Ik moet me eerst voorstellen...che palle... maar ben het er mee eens dat het beter is dat jullie het volgende van mij weten... zodat ik niet (direct) in de spambox beland.

Mijn naam is Ageeth en dat spreek je als volgt uit: Achgghgheet(spit).
Ik ben autistisch en herhaal de hele dag ‘...wat doe ik hier, wat doe ik hier, wat doe ik hier...’, meestal fluistert Enrico, mijn Italiaan, me dan liefjes toe: ‘per amore, tesoro!’ Dat, penso, zoiets betekent als ‘ hou je kop, trut’.
Mijn bijnaam is Testona en mijn doel is om alle Nederlanders in Italie te krijgen. De burgermeester van Peccioli/Pisa is het met me eens en we hebben een deal gemaakt. Voor elke Nederlander die erin gaat, gaat er een Italiaan uit. Enrico heeft zich direct vrijwillig aangemeld en staat als eerste op die lijst (...wat doe ik hier...).

In het dagelijkse leven probeer ik mijn identiteit als ware Amsterdamse fashionata (...wat doe ik hier...) niet te verliezen maar dat is verdomd moeilijk in je uppie op een heuvel in Toscane.

Verder zeil ik door mijn leven met onze Pionier van der Stadt: ‘De kleine Mei’. Ze ligt trots geankerd in de Arno/Pisa. Een vieze, stinkende, gifgroene rivier (...wat doe ik hier...).

Anderhalf jaar geleden ben ik, samen met mijn LA CANA :) Kimmy (16 jaar) en 2 poezen: Trutje (21) en Sapa (14), neer geknuppeld op mijn Amsterdamse arkje en meegesleurd door een brute Romein met zijn witte stalen ros...inderdaad een Multipla. Hij heeft me in Toscane in het zonnetje gezet, geknuffeld en eten gegeven.

O... Dat doe ik hier!!!

Baci,
Ageeth



Aceto Balsamico

Al jaren lang komen onze vrienden Franco en Graziella uit Bologna Ferragosto vieren in CasaNieske. Het is een traditie geworden. Een traditie die reuze gezellig is. Zo ook dit jaar. Franco en mijn man Leo kunnen het samen goed vinden. Franco maakt onderdelen van de motoren van de F 1 voor de Ferrari en dat is en blijft een onderwerp van gesprek wat nooit op houdt.
Graziella en ik daar en tegen, gaan wandelen in Sarzana, waar ieder jaar de 2 middelste weken van augustus een enorme antiek/rommelmarkt is.
Franco is geboren en getogen in een klein dorpje in de buurt van Modena. Hij heeft één broer en twee zussen. Het was in deze kleine dorpjes in deze zone van Italie de gewoonte, dat als een dochter ging trouwen, zij als bruidschat een acetaia kreeg. Zo ook 70 jaar geleden de moeder van Franco. De acetaia die de moeder van Franco als bruidsschat kreeg, was al meer dan 100 jaar in de familie. Hun acetaia bestaat uit 6 vaten van groot naar steeds kleiner: twee van eikenhout, twee van kersenhout en twee van kanstanjehout. De vaten staan onder het dak van het ouderlijke huis. Ze staan daar, omdat het op het landgoed vochtig is en het klimaat tussen Modena en Reggio Emilia, zeer warm in de zomer en zeer koud in de winter, belangrijk is voor de ontwikkenling. Zo neemt het volume van de most in de vaten af, enerzijds door verdamping, anderzijds door absorptie van de vaten. Hoe ouder het vat, des te waardevoller.

In tegenstelling tot andere azijn is aceto balsamico van most en niet van wijn gemaakt. Als de druiven klaar zijn voor de pluk (meestal eind september) wordt de druivenmost in een vat gedaan en moet rijpen (fermenteren) tot februari. In die maand wordt de bestaande azijn van het grootste vat naar de kleinere vaten overgeheveld. Alle vaten zijn maar voor driekwart gevuld, want de azijnbacterien hebben veel lucht nodig. Aceto balsamico wordt alleen afgetapt uit het kleinste vat, dat 4 liter van de oudste azijn bevat en daaruit zelfs maar een klein gedeelte.
Uit alle zes vaten wordt een gedeelte van de "moeder" van de azijn gescheiden. De "moeder" van de azijn is een groep van aceto bacteriedie door enzymen langzaam rijpen; alleen een expert kan deze zodanig scheiden, dat de juiste hoeveelheid in de vaten over blijft. De druivenmost die fermenteerde vanaf september, wordt vervolgens gekookt. Als het mengsel is afgekoeld wordt het in het grootste vat gegooid. De cultuur begint dan weer van voren af aan. De verdampte most wordt dus bijgevuld uit het naastgelegen jongere vat. Dat betekent dat de azijn een mengsel is van verschillende jaren.
De most heeft ongeveer 3 jaar nodig om de dubbele gisting te voltooien. Eerst verandert de suiker in alcohol; die wordt daarna azijn. Per jaar verdampt zo'n 10% van de vloeistof. Zijn aromatische complexiteit en balsamkarakter krijgt de aceto niet alleen door zijn lange rijpingstijd. Van groot belang is het hout waarvan de vaten worden gemaakt die de aceto zijn aroma verlenen. Zoals beschreven bestaat de acetaia van Franco uit de vaten van eiken-kersen-,en kastanjehout. Aceto balsamico moet minstens 12 jaar oud zijn, als men het de naam balsamico wil geven. Daarna hoe ouder hoe lekkerder.
Afgezien van het feit dat het gezellig is, als Franco en Graziella ons komen bezoeken is Franco altijd zo vriendelijk, om onze jaarlijkse dosis aceto balsamico uit zijn acetaio voor ons mee te nemen. Die van hem is 30 jaar oud, verrukkelijk niet alleen in de sla, maar op aardbijen, op ijs, op parmezaanse kaas en zo kan ik nog wel even doorgaan.

zaterdag, augustus 02, 2008

Een nieuwe meeschrijfster vanuit Varese VA

Zoals altijd op een verveelde zondagochtend, waarin mijn hele gezin nog lekker ligt uit uit te slapen van de late night movie...surf ik maar eens weer het internet over op zoek naar Nederlanders in Varese en in Italie...inmiddels gaan wij ons derde jaar in in Varese-Lombardia, en was mijn tweede jaar echt een crime, hunkerend naar familie, en vooral vriendinnen..waar je zo lekker mee kunt kletsen even buiten man en kinderen om....wil ik wel kruipend terug naar Nederland om vervolgens een kopje koffie te gaan drinken bij ons al bekend, Intra Tuin..of gewoon snuffelen tussen ..(wat je nooit nodig hebt)..de uitverkoop van de Hema, en nog tal van deze oo..zo super Nederlandse winkels! Eindelijk kom ik dan op een site, van MEE SCHRIJVEN ITALIE en lees en herken ook heel wat dingen die wij allemaal hebben moeten doormaken, het verhaal van het strooien van gif voor eventuele vossen e.d treft mij zeer..zelf ben ik de eerste NEDERLANDSE LEONBERGER KENNEL IN ITALIE, en gaan honden mij dus zeer aan het hart...geef les aan kinderen, zowel Italiaanse als Nederlanders die een aangeboren angst hebben voor honden, en train honden die een gedragsstoornis hebben, of onvriendelijk door hun bazen behandeld zijn! Zoals ik vroeger bij mij andere kennel vrienden bekend stond, was ik de Estelle Gullit onder de LEONBERGER FOKKERS...Nee geen geite wollen sokken en birckenstockstrainingspak, en zonder make-up...Nee keurig gekleed in Prada laarzen, strakke spijkerbroek, met een stoer Burberry jasje, en een glamour sjaalte, met keurig blonde gestylde lange haren betrad ik zowel in Nederland als in Italie de hondenring, om vervolgens mijn mooiste Leonberger te showen..vol vertrouwen was ik toen wij in Italie gingen wonen, dat ik dat bleef doen, en vast wel een mooie leuke ook (GLAMOUR-ACHTIGE) vriendin zou treffen, waarmee ik lekker kon koffie drinken, om vervolgens uit te wijden over de teveel gedane uitgaven die we weer eens hadden gedaan, aan parfums kleding, en al waar we alles al te veel van hebben!!of gewoon lekker eens een weekendje Milaan te pakken, of gewoon samen naar Nederland vliegen om familie op te zoeken , en gewoon samen weer terug te vliegen! Inmiddels zoals ik al vermelde gaan we ons derde jaar in en moet ik haar nog vinden..uiteraard dagelijks contact met mijn voetbalvrouwen haha in Nederlandhoud me op de hoogte van alle ins en outs daar..., maar God wat mis ik mijn vriendinnen en een leuke vriendin hier! Inmiddels zit de eerste week van de vakantie er al weer op van mijn 2 dochters ...hun opleiding aan de Europese school in Varese hebben ze weer keurig afgerond...ze zijn 13 en 14..en zijn niet van internet af te slaan deze dagen, iedereen een fijne vakantie wensen, virtueel verliefd zijn, en talloze mailtjes vliegen over en weer! even was er sprake dat wij afgelopen jaar terug zouden gaan naar Nederland, het gekke was dat ik daar ook een beladen gevoel bij kreeg, gek he? iets wat ik nooit verwacht had..of het nu komt dat we bezig zijn met een algehele nieuwe verbouwing..en allemaal nieuwe meubels hebben gekocht? ik weet het niet,...maar o hoe graag ik weer even in Nederland zou bijkletsen, en oneindig zou willen winkelen met mijn vriendinnen, en praten over mannen die voorbij lopen, en de kleding van de passerende mensen....bekruipt me eigenlijk toch wel een gevoel dat ik het nog even moet aankijken hier...ik heb dan ook met manlief afgesproken dat ik minimaal 1 keer in de 6 weken terug ga naar mijn o zo Hollandse winkels...en mijn famillie en vriendinnen...en dan hoop ik dat heel heel langzaam het gevoel over gaat...men zegt ook dat het 2de jaar het moeilijkste is...maar zou o zo makkelijk worden, met een tweede Estelle Gullit, of een Leontine naast me..maar dan wel een enorme honden liefhebber, want je moet nog wat te wensen hebben toch!inmiddels is het Weer hier na de eindeloze regen hot hot, en geniet ik in de zomer van het mooie Lugano, Milaan en Varese, en ben ik stilletjes toch blij dat ik in zo'n mooi vakantieland wonen mag! Eventjes denk ik nog niet aan de winter, en hoe ik die weer door kom, maar goed 1 keer in de 6 weken, dus mischien dat ik dit jaar mijn kerstballen maar bij Intratuin haal!

heel veel groetjes, en tot snel
Estelle

vrijdag, juli 18, 2008

Il mago

Er is geloof en bijgeloof, niet alleen in Italie.
Als de ‘”problemen in het leven komen”, dan moet men er een raad voor vinden.
Zo gaat men eventueel naar een waarzegger, “il mago” die wel een gevoel voor onze levensproblemen kan hebben of ons ervan kan bevrijden.

Maar...waar mag de waarzegger reklame voor zich maken?
Vooral niet tussen de dodenpamfletten want hoewel hij (de waarzegger) alles kan voorspellen en al weet....durft hij dat waarschijnlijk ook niet...het zou een teken van onheil zijn, voor zichzelf in dit geval natuurlijk....
Toch zou het een moedige daad zijn, omdat hij daarmee onder bewijs kan stellen, dat hij ziekte noch dood schuwt of zo..durf er maar tussen te hangen!! Maar onze waarzegger dus niet....


Benneton had ooit zulke provocerende reklames, die menig mens tegen het borstbeen stuitte, maar dat is een ander thema...


Hij mag ook niet tussen de pamfletten van de verkiezingen aanwezig zijn, dat brengt oproer tussen de politieke partijen...en zou het risiko lopen veroordeeld te worden over de keuze van de uiteindelijke burgemeester of de politieke partij....en zou dus zodanig onvrijwillig tussen de dodenpamfletten komen te hangen..

Er schijnt dus ook een soort hierarchie te zijn, waar men voor welk doel aan de betonnen muren langs de straten mag plakken....
Afgezien van reklame in de lokale krant, blijft er voor zijn buitengewone kracht weinig keus over dat de mensen een hoop en een heil in hem zien. Daarom zien we zijn gif-groene plakaten uitnodigend hangen op de achterkant van verkeersborden....dat mag....men kan dan immers niet vaststellen voor welk gevaar aan de voorkant van het verkeersbord gewaarschuwd wordt, je mag je risiko dus uitrekenen.

Zo blijft de nederigste maar waarschijnlijk geschikste plaats over voor zijn reklame.
Dat zijn de vuilnistonnen aan de straat, en dáár komt nu echt niemand aan voorbij...
Eigenlijk een heel doeltreffend idee, want waar stort men het vuil en dus ook van de ziel... zoals een erkende psychiater zou zeggen....”weg ermee, in de vuilnisbak!!”

Daar niemand vertellen zal, dat men raad en hulp bij deze waarzegger zoekt, kan ik niet vaststellen, welk commercieel effekt zijn uitnodigende posters voor ons mensenleed hebben...
Misschien is hij steenrijk of straatarm, maar ik denk dat zelfs een waarzegger zich daartoe niet zal uiten. Het zal met zekerheid een groot geheim blijven.

zaterdag, juli 12, 2008

Lezioni italiane 3: Otto

Otto is een bijzondere student. Hij heeft zichzelf Italiaans geleerd tijdens zijn 20 jaar lange loopbaan als vrachtchauffeur/varkenshandelaar met name naar Italie. Eigenlijk is hij in staat zich altijd duidelijk te maken en bovendien kent hij het land en de Italianen als geen ander. Hij is ontzettend spontaan, kent uitdrukkingen als "chi si frega" (ipv chi se ne frega) en "non me rompere!"(ipv non mi rompere) enz. Otto heeft echter een nieuwe functie in zijn bedrijf aangeboden gekregen en wel op kantoor. Hij moet de planning gaan doen en hiervoor moet zijn Italiaans iets nauwkeuriger gaan worden. Hij is zich zeer wel bewust dat hij "straat Italiaans" (zoals hij het zelf noemt) spreekt en wil dus bij ons in een weekje de puntjes op de "i" gaan zetten. Voor ons zijn dit soort studenten altijd een enorme uitdaging, aangezien je er als docent voor moet waken dat je niet, door bijvoorbeeld het aanbieden van allerlei grammatica regeltjes en structuren, de spontaniteit in het spreken weghaalt. Na een paar dagen is Otto moe en een beetje gefrustreerd, omdat hij inziet dat hij in zijn Italiaans wel heel veel fouten maakt. Hij komt zuchtend binnen, grijpt naar zijn rug en kreunt. Waarop ik vraag: Che c'e' Otto? Qualche problema? Zijn antwoord:
Otto male! Otto macchina albero bum!

vrijdag, juli 11, 2008

Via 2 giugno op 2 juni

Onze straat heet Via 2 Giugno, de 2 juni weg. Daarvóór woonden we in de Via 4 Novembre, maar toen we op een mooie morgen wakker werden bleken we verhuisd te zijn. Het uitzicht was nog steeds hetzelfde, maar we woonden op een ander adres. ,,U hoeft alleen familie en bekenden van de adreswijziging op de hoogte te stellen'', zo had de gemeente ons ruim van tevoren in een brief geschreven. ,,Alle officiële instanties, zoals bank, energiebedrijf en gemeente, daar zorgen wij voor.'' Het was een hele geruststelling.
We zijn nu iets van twee jaar verder, en nog steeds ontvangen we de afrekeningen voor gas, water en licht op ons oude adres. Gelukkig weet Mario, onze postbode, ons te vinden en zijn we nog niet afgesloten.

Via 2 Giugno refereert naar een historische datum in de geschiedenis van Italië. Op 2 juni 1946 werd namelijk het eerste institutionele referendum gehouden waarmee de Italianen kozen voor een republiek. Dit ten koste van het koninkrijk, en dus van de koninklijke familie Savoia die na 85 jaar naar het buitenland werd verbannen. Hoewel de Savoia's gedurende de oorlog openlijk de kant van de fascisten gekozen hadden was het verschil tussen voor en tegen niet zo groot als dat je zou verwachten. Nog altijd 10,7 miljoen bleven de koning trouw, terwijl 12,7 miljoen Italianen voor een republiek kozen. Deze kwam er dus dankzij het referendum, en werd officieel op 1 januari 1948. Nog steeds gaan er stemmen over fraude tijdens het referendum.








Het Feest van de Republiek - La festa della Repubblica - op 2 juni is de enige officiële Italiaanse feestdag. Dit slechts vanaf 2000, toen het tweede kabinet Amato na een onderbreking van ongeveer 2 decennia het feest in eer herstelde, en tevens officieel verklaarde. Niemand werkt vandaag. En ik ook niet. Normaal moet ik me 's maandags haasten en weet ik niet hoe snel ik Via 2 Giugno achter me moet laten. Vandaag heb ik het op het gemak gedaan.










Via 2 Giugno bestaat grofweg uit 2 gedeeltes. Het westelijke deel, daar waar hij aansluit op de Via 4 Novembre, is het nieuwst. Het is gemakkelijk te herkennen omdat het geasfalteerd is. Het merendeel van de woningen ligt aan de zuidkant van de straat. Aan de linkerkant heeft men op nummer 36 een heel wonderlijk bouwsel geconstrueerd waarvan we nog steeds niet weten of het een woning is of niet. Voor zover we reikhalzend hebben kunnen waarnemen is er op de begane grond een grote garage, en op de tweede verdieping een soort van serre. Het pand staat op een enorme lap grond. Een eindje verder staat nog een ander pand (nummer 30, maar het is zo lelijk dat ik het niet wilde plaatsen), waar een haan met fel gekleurde veren en scepter zwaait. Er lopen veel dieren rond en 's morgens vroeg, als de zon opkomt, is het er een heerlijk lawaai van de natuur die wakker wordt.










Aan de andere kant eerst nummer 19, nummer 19. Een beetje raar huis, weinig venster en weinig beweging. Ook buiten niet. Des te meer beweging in de appartementen ITEA, van de woningbouw. Hier gonst het van het leven. Hier wordt de was gedaan, ook op de nationale feestdag. Een herzien gedicht waarvan alleen "= AMORE" is overgebleven. De rest van de tekst is in zwart gesluierd. Een overleden liefde. En daaronder het rauwe "VALE TI DROGI" (Vale je bent aan de drugs). Met de puntjes op de i. Hier wordt geleefd, gezwoegd, gelachen, gehuild. Tranen op het asfalt blijven achter. In en rond de daarvoor bestemde containers. Schrijven is één ding, lezen is weer wat anders.










En dan het oostelijk deel van Via 2 Giugno. Daar waar Dik waakt op nummer 12, of is het nummer 89. Ook Gianni heeft vrij, en er is in deze contreien geen betere plek te bedenken om je mountain-bike echt te kunnen testen. Boven zijn bol gonst het electriciteit. Want nummer 12 kijkt naar het nieuws, nummer 14 maait het gras, nummer 16 luistert naar de radio en nummer 18 zit op internet. En Oronzo en Cicia houden de wacht.










En aan de overkant, daar waar het betreden slechts voorbehouden is aan tuinkabouters en groentegrollen, ritselt en wordt gegroeid. Gieters wachten op water, netjes in het blauw gelid. Een ficus gaat z'n eigen gang. En een tuinkabouter houdt het voor gezien. Want het is 2 juni in de 2 juni weg. En het is feest.










De zwart-wit afbeelding komt van wikipedia.it.

maandag, juli 07, 2008

Chiccio è morto


Mijn eerste ervaring jaren geleden met de dodencultuur in het zuiden hier heb ik nooit vergeten.

De telefoon gaat en men vertelt mij dat de buurman Chiccio gestorven is, of ik aub wilde komen?
Chiccio was de echtgenoot van de struise boerin, genaamd Finuzza die dagelijks een praatje met me maakte met het doel me alle boerenwijsheden te vertellen, want ik had nog veel te leren...

Ik ging meteen naar de plaats van het gebeuren.
Toen ik aankwam stonden er heel veel mannen buiten, allemaal met zwarte stropdas of een zwarte knoop als rouwbetuiging, die druk met elkaar praatten. Dat leek dus niet zo erg, dacht ik.
Toen ik de woning binnenkwam, werd ik naar de slaapkamer verwezen, en daar lag dan Chiccio – de “poverino”. Hij was nog geen half uur geleden in het Hiernamaals gegaan, en het eerste wat men had gedaan, was een doek van zijn kaken naar zijn hoofd zo te strikken, dat ik bijna het gevoel had dat er een konijn lag, want de punten waren zo lang en stonden RECHT overeind.
In de rouwkamer zaten alle vrouwen in het zwart gekleed, zwijgzaam en murmelend, met en zonder rozenkrans.

Weduwe Finuzza was druk in de weer, want de begrafenisondernemer zou komen om er een echte rouwkamer van te maken.
Er werd een goed keurig pak uit de kast gehaald, en het was een heel karwei Chiccio te moeten kleden, want hij deed immers niet meer mee... Het was een heel gehannes, maar daar lag hij dan tenminste met zijn pak aan, zelfs prachtige te grote zwarte schoenen hoorden bij het outfit.
Hij zag er keurig uit, maar...de hazenstrik moest nog voor enige uren blijven!! Dus een elegante haas leek hij nu...

Dat moest gebeuren voor de begrafenisondernemer kwam, want de preutse Finuzza wilde haar man toch zelf kleden, een naakte Chiccio was voor haar alleen en dat mocht niemand verder zien....

Begrafenisondernemer komt....
Hij bracht grote gouden kandelaars mee met lange kaarsen, een draperie in het paars en nog andere dingen. Het belangrijkste was natuurlijk de doodskist...
Zo werd Chiccio van het echtelijke bed in de kist bevorderd. Hij lag er zo keurig in, en zelfs zijn voeten werden nog even bij elkaar gebonden, dat ze ook mooi recht naar boven stonden. De schoenen waren helaas met zo lange punten uit de 60-er jaren, dat ik betwijfelde of de deksel wel op de kist zou kunnen passen....
De hazenstrik moest ook nog blijven, maar daar scheen men hier wel aan gewend te zijn.

Finuzza vond ook dat povero Chiccio persoonlijke belangrijke dingen mee in zijn kist moest krijgen, want misschien was zijn reis naar de hemel toch langer dan gepland.
Zo was het belangrijkste zijn scheerkwast en een spiegeltje erbij. Dat werd met veel drama in de kist gegooid, want Finuzza riep hem in de kist toe “Disgraziato!! Perchè mi hai lasciato!!”...(Ellendeling, waarom heb je me achtergelaten!)
Op het moment gooide ze ook zijn pyama`s erbij, in haar gezicht krassend en slaakte kreten en spreuken die ik destijds nog niet kon verstaan.
Na deze aktie, mocht Chiccio dan in het licht van de inmiddels aangestoken kaarsen liggen, dat men in waarde afscheid van hem kon nemen...nog steeds met hazenstrik...

De begrafenis was binnen 24 uur zoals het hier gebruikelijk is.
Daar ligt hij nu op het kerkhof, en wat een geluk dat hij toch zijn scheerkwast mee heeft gekregen, je weet immers maar nooit!


Anno 1984
(ik wil bij deze duidelijk zeggen, dat dit een uittreksel van een dagboek van me is, toen ik net 4 jaar in Italie woonde..)

zondag, juli 06, 2008

Huurflatje

Mijn schoonmoeder woont niet zo ver bij ons vandaan in Firenze, eigenlijk maar net aan de andere kant van de Arno. Als ik met de fiets door het park Cascine ga, ben ik er in 15 minuten. Maar met de auto is het een heel ander verhaal. Met de auto ben je genoodzaakt om over de drukke brug Ponte dell’Indiano te gaan, ‘s avonds als er geen verkeer is, kan het in 10 minuten, maar ‘s morgens is er geen doorkomen aan en begint de file al ver voor de oprit.

Dit is slechts één van de redenen waarom mijn schoonmoeder graag aan onze kant van de rivier wil wonen en sinds een aantal maanden zijn we dan ook aktief op zoek naar een huurflatje voor haar.
De meeste appartementjes die te huur worden aangeboden zijn volledig gemeubileerd en als ze dat niet zijn, zijn ze dus echt helemaal kaal en zit er zelfs geen keuken in.
Mijn schoonmoeder wil natuurlijk haar eigen meubels meenemen en de al ingerichte appartementjes vallen dus af, waardoor de spoeling direct een heel stuk dunner wordt.

Met verbazing en ongeloof spit ik elke week de websites door op zoek naar dat ene huisje voor haar, maar aan alles wat ik vind mankeert wel iets. Op de vierde verdieping, maar geen lift. Wel een lift, maar geen balkon. Een lift en een balkon, maar slechts 45 m2 verdeelt over 3 kamers (in Italië betekent 3 kamers: huiskamer, slaapkamer en keuken) of met een lift, een balkon, 70 m2 voor “slechts” 900 euro per maand.
Het is me een raadsel dat niet veel meer mensen noodgedwongen hun intrek hebben genomen onder de vele bruggen van Firenze.

zaterdag, juni 21, 2008

Schoonmoeder

Mijn schoonmoeder,

Nu weten we allemaal dat Italie bekent staat om zijn "mamma". En in de bijna 20 jaar die ik hier woon geloof ik dat ik het begrip "la mamma" wel zo'n beetje van alle kanten heb kunnen bekijken en bestuderen.
Nu moet je wel vooraf weten dat mijn schoonouders in het zuiden wonen, Napels wel te verstaan. En dat het een familie van een zekere stand is. En dat hoe dan ook (of beter gezegd:ondanks alles )het eigenlijk schatten van mensen zijn.
Maar zo nu en dan ...
Ik heb 3 jaar bij hun in huis geleefd, gewoond en overleefd.
Hun hebben dat "overal hun neus in weten te duwen "heel fijntjes in hun zitten. En zijn meesters in je goede advies te geven...die je vrijwillig wel of niet kan opvolgen. Maar je wordt zo fijntjes gemanoevreerd dat je keuze geheel "vrijwillig" precies hun "advies" is.
Het is een andere cultuur, Italie. en een ander land, Napels.
Een boel dingen heb je dan gewoon te accepteren.
Een paar dingen gaat gewoon niet.
Nummer één op de lijst(momenteel): "Ziek zijn"
Nederlanders hebben, volgens mij een verantwoordelijk medicijn gebruik. We gaan niet zo graag zelf dokteren en kwartetten met :Ik geef jouw mijn antibiotica dan geef jij aan mij jouw hogebloeddruk tabletten....
Mijn schoonmoeder is een wandelende apotheek anex dokter algemene ziektes (welke in elk geval altijd zéér ernstig zijn..)
Niets kan een doodgewoon licht kwaaltje van vanzelf voorbijgaande aard zijn.
En in de E.H.B.O. koffer zit dus geen doodgewoon pleistertje, betadine of simpel kusje voor op het wondje maar polaramin voor de muggenbeet (bij grote muggenbeten gaat de cortisone) buscopan voor een slecht gevallen lunch en antibiotica voor een hoestje.
Nummer twee op la mamma hitparade:Kinderen opvoeden...
het begon al bij mijn eerste zwangerschap..wollen hemdjes(Claudia is in junie geboren) Met een klein kind kan je alleen maar thuis zijn en niks anders doen en daarom heb je een moeder die je dan een handje kan helpen.Waarmee en wanneer geholpen word hangt af van degene(nonna, dus) die helpt...en dat komt nooit overeen met de eventuele wensen van de neomoeder. Mijn moeder had een simpels advies gegeven wat goed werkte:R(ust), R(einheid) en R(egelmaat) en een dosis gezond moeder instinct.
We hebben gekibbeld om de luiers:Zij was ervan overtuigd dat de 2 klittebandjes die de pampers dichtplakken op de rug van de baby moesten zitten..ga dat maar beleefd uitleggen..iedere keer als ik ook maar even naar de wc was geweest ofzo had Claudia weer haar luier "goed om" in een record tempo. En zij maar klagen dat de ouderwetse katoenen luiers beter waren...iedere keer als Claudia een "behoefte" had gedaan( ze had wat last van krampjes dus er waren keren dat dat wel een paar keer per uur was en dan ook nogal vrij liquido) kwam het er ,vooral vanachter, overal tussen uit. Logisch...

En zo kan ik nog wel even doorgaan met de parade.
Het verschil tussen de kleinkinderen:die van haar dochter en die van haar zoon. Daar zit verschil in en volgens haar is dat "normaal". Ik ben blij dat ik geen zoontjes heb ,dat probleem kan ik dus nooit hebben. Hun namen worden genoemd voor, tijdens en na het in en uitademen...
Dat het op mijn oudste nu het effect heeft van:"Ik bel nonna niet want zij belt mij ook nooit en als ik haar bel zit ze toch bij de 2 andere kleinkinderen" is wel een logisch gevolg.

Maar ze bedoelen alle gevraagde en niet gevraagde advies goed. En dat geld voor alle Italiaanse mammas , geloof ik.
Maar de navelstreng willen en kunnen ze niet doorknippen.
Ze blijven zich maar , gevraagd of niet, bekommeren om hun kinderen.
Die op hun beurt zo nooit totaal zelfstandig worden.
Een beetje uit gemakzucht en een beetje uit doodgewone luiheid, het is wel makkelijk zo.
En daar hoort dan dat "trotse" klagen bij. Ziejewel dat je het zonder mij niet redt!
Het is een rondraaiend cirkeltje waar niemand uitwil komen.


Ook zij geeft veel kleur aan mijn leven, ookal zijn het vaak donkere donderwolken...maar ook dat blijft Italie.

vrijdag, juni 13, 2008

zomers van vroeger

Of ik word oud of ik weet het niet meer of de 13e van juni heeft er mee te maken. Een voorjaar als dit kan ik me niet herinneren. Regen, regen, regen, amper een zomerjurk aangehad en toch een paar weken geleden alles klaar gemaakt om buiten te eten. Ik heb een fijne keuken met veel licht, maar om 12.00 uur vandaag, stond ik te koken met het licht aan van mijn afzuigkap.
Manlief en ik waren maar met ons 2tjes aan tafel en hadden het over vroeger, toen we als kinderen naar het strand gingen. Een teken van ouderdom?? Enfin.
Leo (manlief) ging vroeger (+- 1950/60) met oma, broer en nichtje naar het strand van begin mei tot begin oktober. De dochters van oma werkten in de bakkerij. Oma was de moeder van mijn schoonmama. De reis van 6km duurde meer dan een uur. Ze moesten 2 verschillende bussen nemen. Aldaar aangekomen mochten ze meteen pootjebaden, en kregen ze daarna een broodje of een bombolone met een gazosa oftewel water met prik en suiker. Maar dat betekende ook dat ze beslist niet meer mochten pootjebaden of zwemmen, want je maag was bezig om dat eten te verteren, en dus levensgevaarlijk voor een congestione....Na 2 uur mochten ze weer zwemmen en daarna kregen ze "il pranzo". Meestal een "cotoletta alla Milanese" in een broodje en als toetje een stukje "tiramisu". Dat wilde dan zeggen geen pootjebaden, niet zwemmen voordat er 4 uur verstreken waren. Weer veel te gevaarlijk voor een congestione!!!!!
De herinneringen gaan verder met een heel wit strand, geen ligstoelen, geen betaling voor ligstoelen, geen badmeesters, geen badhuisjes, geen douches, geen schepjes, emmertjes, vormpjes, alleen maar de kroondopjes van de gazosa om mee te spelen, op de pistes die ze trokken dmv de benen tepakken van broer of nichtje en die te trekken, zodat hun achterwerk de pistes maakten op het zand, om die kroondopjes met wijsvinger en duim te duwen naar de finish.
Dan tegen 17.00 uur nog een keer zwemmen, afdrogen en weer 2 bussen om naar huis te gaan.
Ik daarentegen ging naar Scheveningen. s' Avonds werd de beslissing genomen, alles werd klaar gezet. Schepjes, emmertjes, en een bal, handdoeken, maar zover ik me herinner geen broodjes. 'sMorgens namen we 2 trams. Mijn broer en ik mochten aan het strand de hele dag doen wat we wilden. Zwemmen, met de bal spelen aan zee, half in het water, in het water, kuilen graven, kastelen bouwen. Eten?
Nee, ik herinner me vaag een zure bom. Dwz. zo'n grote zoetzure augurk en dat was het.
Tegen 16.00 uur moesten we ons melden bij ma, en gingen we terug naar huis en om 18.00 uur aan tafel.
Daarna komt de tijd dat onze kinderen klein waren. (+-1970) Wat een fantastische kust van La Spezia tot de "5Terre".
Een must was een klein notendopje van 4 meter met een buitenboordmotertje. Ah, 12 paardenkrachten was zo'n heerlijke luxe. Alles gekocht 4e 0f 5e hands met "cambiali" oftewel op afbetaling. Meer kon bruin niet trekken, maar we genoten. Alle grotten en kleine strandjes kennen de kinderen en wij tot aan Portovenere. La Spezia-Portovenere was al een wereldvaart. Met 12 paardenkrachten en kalme zee deden we daar 2 uur over.
De kinderen en Leo visten mosselen, die rauw met een druppeltje citroen werden gegeten.
We zagen nog zeepaartjes, inktvissen, grote wolken van sardientjes, in de verte dolfijnen, tussen il Tino en Palmaria.
Je kon nog op zondag met je notendopje rustig varen zonder dat het een zeeweg werd met grote boten, die zulke golven maken dat het notendopje omslaat.
Nu.... de kinderen hebben een mooie boot, met slaapkamertje, badkamertje, keukentje,
2 grote buitenboordmoters, gasflessen om te duiken met natuurlijk diploma's, gsm, computer, diepte, temperatuur en weet ik wat van de zee.
In 3 uur zijn ze in Elba in 4 uur zijn ze in Corsica, maar genieten ze nog, zoals wij en zij als kleine kinderen met een maskertje en een paar zwemvliezen, genoten?
In hoogzomer wordt de boot in het weekend niet gebruikt, want dan zijn er teveel mensen en zitten ze liever in de tuin bij het zwembad.
Zeepaardjes zijn er allang niet meer. Gelukkig nog wel de dolfijnen als ze in de week een eind uit de kust gaan zwemmen. Rauwe mosselen eten met een beetje citroen, nee dat is ongezond!
Dit was even een overpeinzing van toen en nu.....

dinsdag, juni 10, 2008

Olanda - Italia

Van Nistelrooy schiet en Van Nistelrooy scoort!
Het eerste doelpunt tegen de wereldkampioen is een feit.

Ik pak mijn oranje toetertje en loop gekleed in mijn Holland t-shirt het balkon op waar ik de hele buurt laat weten dat we voorstaan. Mijn eenzame triomf echoot over de stille straat en weerkaatst tussen de huizen.


Mijn Italiaan op de bank heeft zijn Azzurri shirt aan. Een shirt van 2 jaar geleden met drie sterren, van papier heeft hij een vierde ster geknipt en er met plakband bij geplakt. Hij zal het me niet laten vergeten dat zijn land al vier keer het wereldkampioenschap heeft gewonnen. Maar kampioen of niet, hij raakt er niet overuit gepraat hoe slecht zijn Azzurri spelen.
De commentator van de RAI 1 die aan het begin van de wedstrijd nog zei niet bang te zijn voor Olanda en onze jongens als middelmatige spelers bestempelde, komt op zijn mening terug als het tweede doelpunt valt. Ik pak de toeter weer op en besluit nu op het andere balkon te gaan staan blazen. De deuren bij de buren staan op en ik hoor mijn buurjongen “porca misera” verzuchtten. Dit is het juiste moment om nogmaals de triomftoeter te blazen. Als ik klaar ben, hoor ik ze lachen. In de tweede helft heeft Italië even een kleine opleving en de commentator roept hoopvol dat dit niet het Olanda van de eerste helft is. Maar het mag niet baten, ze krijgen zelfs nog een derde treffer te verwerken.
Mooie Fabio (Cannavaro) op de blessurebank gaat steeds zorgelijker kijken en vraagt zich vast en zeker af of het anders was gelopen als hij op zijn vertrouwde plaatst in de verdediging had gestaan.


Mijn Italiaan heeft me 90 minuten zitten verkondigen dat Nederland niet goed speelt, maar Italië zo slecht. En dat Oranje geluk had en de Azzurri pech. Bovendien kreegt Italië meer gele kaarten, terwijl Nederland ook behoorlijke overtredingen had begaan. En als ze de wedstrijd nog 50 keer zouden spelen er wel een andere uitslag zou komen. Ja, zo ken ik er nog een paar.

De krantenkoppen liegen er de volgende ochtend niet om. Het was een afgang. Italië vernederd. De Oranje nachtmerrie van Italië. Donadoni ligt onder vuur. Buffon biedt namens het team zijn excuses aan aan het Italiaanse volk. Nederland viert feest en Italië treurt. We hebben er lang op moeten wachten, want de laatste keer dat Oranje van de Azzurri won was tijdens de halve finale in 1978 in Argentinië. Mogen wij nou ook eens een keer!


zaterdag, juni 07, 2008

.Wat onbeleefd

Oeps, wat onbeleefd...ik ben zomaar met de deur in huis gevallen. En maar schrijven over mijn ervaringen met de Italiaanse scholen. Ik had mij eerst even moeten introduceren...

Hallo Allemaal,

Jullie hebben er een nieuw schrijfgenootje bij.
Mijn naam is Miranda, geboren te Haarlem .Ik kom uit een doorsnee Nederlandse familie; vader, moeder, grote zus en kleine broer en ik zit daar tussen in.
Na hier en daar wat te hebben rondgedwaald over deze aardbol ben ik in 1990 voor een weekje in Napels beland. Een weekje logeren bij de ouders(schatten van mensen maar absoluut geen doorsneefamilie) van Marco, die ik in Spanje had leren kennen...ik heb er drie jaar in huis gewoond.
Nee ze hebben ons(of mij) er niet uitgegooid...Marco en ik zijn getrouwd(oh dat verhaal moet ik echt eens vertellen!) en hebben onze eerste dochter gekregen(in een Italiaans ziekenhuis..oh even aantekeningen maken voor de volgende blogs!)Claudia die nu bijna 15 jaar is.
In 1998 zijn we naar Varese verhuisd. Dat is werkelijk een leuk klein stadje op een 40 km van Milaan af.
In 2000 wordt onze tweede dochter geboren, Melanie.
In 2001 neem ik een winkel over van Original Marines. En in 2006 heb ik een tweede winkel geopend.

In de weinige vrije tijd wat mij zo overblijft ben ik wel graag met mijn dochters in de weer.Het zijn 2 prachtmeiden! Voor mij zijn ze absoluut mijn "batterijopladers".

Zo in een notedop even heel droog voorgekouwd, maar dit ben ik dus.

Groetjes!
Miri

donderdag, juni 05, 2008

school

Morgen is het alweer de laatste schooldag. We zijn net in het ritme gekomen en het jaar is alweer om. Nou weet ik ook wel dat Nederlands en Italie de zelfde aantal school en vakantiedagen heeft maar de zomer vakantie is in Holland 6 weken...en hier 3 maanden...drie...
En ik geloof dat dat in 2008 toch wel erg lang is voor de nintendo en wii jeugd.
Het hoeven geen 6 weken te worden maar een 2 à 3 weken kunnen er denk ik wel afgeknabbeld worden en verdeeld over de "lange weekenden" van het schooljaar die niet lang genoeg zijn om er echt wat leuks in te doen.
Ach ik heb het nooit zo erg op gehad met de Italiaanse scholen.. en dat komt misschien een beetje omdat mijn 6 talen die ik(gediplomeerd en wel) vloeiend spreek en schrijf hier in Italie niet echt in een gelijkwaardig diploma gesteld kon worden...
En ik woonde toen nog in in bij mijn schoonouders(....ach mijn schoonouders..)Zij hielden, en houden nog, vol dat als het geen Liceo Classico diploma is het dus geen waardevolle diploma's kunnen zijn....Hemels, hebben jullie wel eens het Liceo Engels van mijn man gehoord????Het macoroni engels van een Italiaan???? Maargoed dat terzijde want ik blijk ook goed in verkopen te zijn en dat redt ik best in de taal die ik het slechts spreek van alle 6...Italiaans.

We zitten nu op de puntjes van onze stoel af te wachten of Claudia, mijn dochter, van 4 naar 5 ginnasio gaat. Waarschijnlijk met een debito.
Dat is weer zo iets wat in een verschrikkelijk mooi land als Italie niet kan werken.
Zodra je in Italie een wet maakt met bijzijde "gaten in het net" dan gaan we bij voorbaat door de gaten. En ik zeg hier "we" ik woon hier al 20 jaar.
Ik kan mij herrineren dat het in mijn jeugd zoiets vergelijkbaars is als "voorwaardelijk" over. Ik kan mij niemand voor de geest halen uit mijn vriendenkring die voorwaardelijk heeft gehad.(..ik heb het nog steeds over school, wat velen na schooltijd hebben gedaan is mij merendeels ontgaan)Het was "Ben jij over?". En hier is het "Quanti debiti hai?"
Dat is toch geen goede basis opbouwen.?
Maar ja, toen ik in maart een keer mijn schoonouders(..ach mijn schoonouders) aan de telefoon had heb ik het gevaarlijke onderwerp aangesneden "blijven zitten".
Nou moet je weten dat mijn schoonouders en ik een hele goede band hebben..Omdat ik ze heel goed ken..
Maar hier heb ik de relatie even mee op de tocht gezet...en bij beter nadenken heb ik ook begrepen dat dat hier gewoon weg niet kan...we zijn toch niet DOM?

Of de zaterdag naar school...
Ik vind het best wel pittig op de lager school 6 dagen in de week naar school.
We hebben er een paar jaar terug uren lange vergaderingen over gehad.
Schaffen we het af of niet?
De "nee stemmers" hadden als reden aanvoering:
1. Ik werk op zaterdag.
2.Die 4 uur van zaterdag morgen worden dan een rientro op een middag...da's te zwaar voor mijn kind.
3. Ik betaal voor 5 middagen "overblijf"(wat even tussen haakjes écht goed geregeld is in Varese) dan wil ik voor die middagen mijn geld terug...
Mijn persoonlijke antwoorden; 1 en 2 lopen een beetje inelkaar over. Vooropstaande is wel dat mijn kind naar school gaat om te leren , niet omdat ik werk. Maar als een volwassene 5 dagen per week werkt omdat de wet 6 dagen te veel vind, waarom een klein kind dan wel 6 dagen per week voor dag en dauw uit zijn warme nestje?
Gelukkig heeft ook daar met de tijd het gezonde verstand gewonnen.

Maargoed ik kan er zo nog wel en paar opnoemen, maar wil jullie niet vervelen.
Het blijft een leuk land en het zijn vooral de Italianen die mijn leven hier kleur geven.
En daar volgende keer meer over.

Miri

woensdag, juni 04, 2008

De schrijver, zijn boek, zijn publiek

Ik tref de schrijver, toevallig en niet toevallig, op de stoep voor bar "Paradiso"."Il Paradiso" ("het paradijs") is sinds een paar maanden weer open. Een groot deel van de winter is het lokaal gesloten geweest na een inval van de politie, wat bijna vanzelfsprekend met drugs te maken had. Het is immers geen geheim dat bepaalde gelegenheden in Trento een bepaalde sfeer uitademen, en “il Paradiso” is er daar een van. Alleen uit de naam al vallen, zonder al te veel fantasie, genoeg conclusies te trekken. Ik heb me er nooit druk om gemaakt wie rookt en niet rookt, gebruikt en niet gebruikt. Ik heb deze bar heel eenvoudig altijd een leuke tent gevonden en ik ben blij dat hij weer open is. Dat is alles. Ik ben echter geen regelmatige bezoeker en heb het derhalve ook nooit tot de status van vaste klant weten te schoppen. Waarmee ik een bepaalde traditie van het lokaal volg, want ook de beheerders komen en gaan in een ritme waar zelfs een gemiddeld Italiaans kabinet niet aan weet te voldoen.
Het is dan ook enigzins bij toeval dat ik op vanavond voor de deur sta. Want eerlijk gezegd had ik een ander lokaal (met terras) uitgekozen om mijn werkweek af te sluiten. Daar was het echter zo stil dat ik de belletjes tijdens hun tocht vanaf de bodem van mijn glas bier naar de hogere sferen van de ietwat te dunne schuimkraag kon horen twinkelen. Ik belde Giorgio, een vriend van me, die op dat moment op weg was naar de presentatie van het boek van de schrijver. De schrijver, met wie ik dus nu, een half uurtje later, oog in oog op de stoep voor bar “Paradiso” sta.


De schrijver maakt een ietwat gespannen indruk op me. Hetgeen gevoed wordt door zijn reactie als ik hem begroet.,,Buona sera, scrittore.’’ Het “goede avond, schrijver” komt agressief op hem over, antwoordt hij me. Ik stel hem gerust dat dat niet mijn bedoeling was, integendeel, rijk hem mijn hand. ,,Ciao Stefano. Hoe gaat het?’’ Stefano, zo heet de schrijver, Stefano Giordano, schudt mijn hand, lacht verontschuldigend, knijpt z’n vrije hand even in mijn bovenarm. Afstand gereduceerd. ,,Goed, Ron, goed. Leuk dat je er bent.’’Er zijn nog weinig mensen, want het begin van de presentatie was gepland om zeven uur en het is pas tien over zeven. Nog tijd dus voor een praatje. Ik heb al eens een boekwerkje van Stefano voorbij zien komen, maar “Oposta direzione” – de Nederlandse vertaling zou “Tegenovergestelde richting” moeten zijn – is zijn eerste officiële geesteskind. Een korte roman, 144 pagina’s, 1000 kopieën. Hij is best trots, wat ik begrijp. Ik zou het ook zijn. En hoe! Ondertussen zet een vriendin binnen alles klaar voor de presentatie. Twee stapeltjes boeken op een tafeltje, microfoon, laptop, projector.
Rond half acht begint de schrijver zijn presentatie, voor een grotendeels vrouwelijk publiek met rood in de haren. Het is zijn eerste boek, dus ook zijn eerste presentatie. Hij lijkt wat nerveus, maar ik ken hem niet anders. Hij zou dus ook heel relaxed kunnen zijn op het ogenblik. Hij doet in het kort het verhaal uit de doeken. Relatie, terugkijkend op een relatie, begin jaren ’80, terugkijkend op het eind van de jaren ’70. Giorgio is inmiddels ook gearriveerd. Met een “spritz” (witte wijn met Aperol) zet hij opgelucht een punt achter een dieet van tien dagen zonder één druppel alcohol. Het verlies van circa 1000 grammen lichaamsgewicht weegt niet op tegen de dorst van het moment. De spritz komt op rekening van de schrijver, maakt men fluisterend duidelijk vanachter de bar, mijn pilsje ook. We proosten zwijgend. Ik luister naar met interesse naar de schrijver. Giorgio luistert met iets alsof hij het allemaal al eens gehoord heeft. Hij kent Stefano dan ook langer en beter dan ik.
De presentatie zit – volgens mijn bescheiden mening – goed in elkaar. De schrijver maakt handig gebruik van de computer. Een aantal vrienden hebben zijn boek al gelezen en stellen hem op video wat vragen. De schrijver vermijdt daarmee teveel eentonig informatie van zijn zijde en hijomzeilt de gebruikelijke stiltes in het publiek op het moment dat er vragen gesteld kunnen worden. Hij leest ook een paar passages uit zijn boek voor, wat hij beter aan iemand anders over had kunnen laten. Schrijven en voorlezen zijn overduidelijk twee verschillende dingen. Als ik na de presentatie zijn roman aanschaf legt hij me uit dat er te weinig licht was. Dat was de reden. Ik heb me laten vertellen dat de schrijver weinig openstaat voor kritiek.

We tafelen niet na in het paradijs. Giorgio geeft me een lift naar “il Simposio”, andere bar met een schilderachtige naam, voor “the famous last one”. Onderweg legt hij me uit dat de schrijver blijven hangen is, niet gegroeid. ,,Nog steeds teren op die “geweldige” studententijd in het Bologna van de jaren ’70. Daar kan je je toch niet eeuwig aan vast blijven houden. Hij is ouwer als 50!’’

De volgende avond ontmoet ik Giorgio weer. Ik vertel er gelijk bij dat dit een uitzondering is, want zowel bij hem als bij mij komt het niet veel meer voor dat we twee avonden na elkaar een aantal drinkgelegenheden betreden. En in feite is dat ook nu niet zo, want we maken beiden deel uit van een tafel in het restaurant-gedeelte van de “Old bar”. Giorgio heeft ’s middags een stuk of 30 pagina’s van “Oposta direzione” gelezen en blijkt zijn mening volledig te hebben bijgedraaid. De roman zit echt goed in elkaar, volgens hem. Ik luister nog twee commentaren aan, één positief, één gematigd negatief. En leg voorlopig alles maar even naast me neer. In het bijzonder Giorgio’s mening, want het is een jaar dat hij geen boeken leest en volgens mij zou hij op het ogenblik alles weten te waarderen. Als ik dit aan hem vertel kijkt hij me aan, denkt even na en zegt bijna opgelucht dat ik best wel eens gelijk zou kunnen hebben. ,,Ik vond het al zo raar dat ik iets van Stefano mooi vond.’’

Het moge duidelijk zijn dat enkele delen van dit epistel niet volledig op waarheid berusten.Een vaststaand feit is echter dat Stefano Giordano op vrijdag 23 mei zijn eerste roman “Oposta direzione” gepresenteerd heeft. Voor de “die-hards”: het is voor 10 euro te bestellen op de internet-site van Edizioni Curcu & Genovese Trento (http://www.libritrentini.it/), waar ik de onderstaande informatie (in het Italiaans) over het boek heb gevonden.

Stefano Giordano
Opposta direzione
Romanzo
Estate 1983. Lorenzo, da poco laureato, incontra un’amica, Anna. Con lei e la giovane e bella sorella Carla parte per una vacanza in Corsica. Durante il viaggio Lorenzo si invaghisce di Carla, diciottenne di una nuova generazione che ha un altro modo di vedere il mondo rispetto alla sua. Contemporaneamente, in un percorso a ritroso, Lorenzo ricostruisce una sua dolorosa relazione precedente.Le vicende e il confronto tra i personaggi riflettono, privatamente, i grossi cambiamenti politico e sociali del passaggio tra la fine degli anni ’70 e l’inizio degli ’80. Una fase di trasformazione che ha investito un’intera generazione sospesa tra la “pubblica” mitologia del ’68 (impegno, ideologia, condivisione…) e il “privato” ritorno all’individualismo degli anni ’80 (creatività, estetica, consumismo…).
ISBN 978-88-89898-41-3.